Het grote regiodebat – “Weet de reus wel hoe sterk hij is?”
In 1999 besloten acht gemeenten in de Oostelijke Mijnstreek definitief af te rekenen met de problematische erfenis van de mijnsluitingen door nauw samen te werken in het Streekgewest Parkstad Limburg. Wat is er in het voorbije decennium bereikt en welke kansen biedt de samenwerking voor ondernemers? Toine Gresel (voorzitter regio Parkstad en burgemeester van Heerlen), Riet de Wit (wethouder gemeente Heerlen), Hans Erfkemper (wethouder gemeente Landgraaf) en Ellie Franssen-Muijtjens (wethouder gemeente Voerendaal) spreken zich uit. “Regio Parkstad laat nog te weinig zien wat het in huis heeft.”
“Als de nood het hoogst is, kunnen de mooiste creatieve ideeën opbloeien.”
L.M.: Wat waren in 1999 de verwachtingen van de regionale samenwerking?
Toine Gresel: “Parkstad Limburg had bij de oprichting in 1999 een belangrijk doel: de sociale en economische achterstand ten opzichte van de rest van Nederland opheffen en kansen benutten die horen bij een stedelijke regio in een grensstreek. De acht gemeenten van de Oostelijke Mijnstreek vonden elkaar: Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Brunssum, Voerendaal, Nuth, Simpelveld en Onderbanken. We moesten samen zoeken naar ‘een nieuwe mijn’. De leidraad vormde de economische structuurversterking, die is uitgewerkt rond vijf speerpunten: aanpak van het stadscentrum van Heerlen, versterken van internationale verbindingen, gebiedsontwikkeling, herstructurering van woonwijken (krimp) en nieuwe energie.”
L.M.: Kiezen is vaak verliezen. Betekende deze selectie van vijf speerpunten niet dat Parkstad geen duidelijke keuzes durfde te maken?
Toine Gresel: “Nee, want het zijn vijf vingers van dezelfde hand. Je kunt deze afzonderlijke sectoren niet los van elkaar zien. Om goede kenniswerkers aan je regio te binden, zul je immers ook een aantrekkelijke woonomgeving moeten bieden. Recreatieve en toeristische voorzieningen en een aantrekkelijk, levendig centrum zijn daarvoor onmisbaar.”
L.M.: De gemeente Nuth heeft het samenwerkingsverband onderweg de rug toegekeerd. Hoe beoordelen jullie deze stap?
Hans Erfkamper: “Nuth vergelijk ik met een opstandige puber, die op zichzelf gaat wonen. Die puber wordt ouder en wijzer en keert altijd wel weer eens terug. Ik zie dat in de toekomst ook met Nuth gebeuren.”
Ellie Franssen-Muijtjens: “Ook de kleinere kernen kunnen hun rol spelen binnen Parkstad. Het is een emotionele keuze geweest, maar als je het zakelijk bekijkt, biedt Parkstad hen gewoon meer economische kansen dan het Heuvelland. Laat de tijd rustig zijn werk doen. Een belangrijk nadeel van deze keuze is wel dat Nuth vijf jaar stilstaat betreffende nieuwe economische impulsen.”
Toine Gresel: “Daar ben ik inderdaad ook van overtuigd. Ik heb me altijd 100% voor deze gemeente ingezet en ik blijf dat ook doen. Ik ben en blijf een pure ‘homo regionalus’. Samenwerken is de enige optie.”
‘Urban culture’
L.M.: Wat is er in de afgelopen periode zoal bereikt?
Toine Gresel: “Samen hebben we miljoenen euro’s binnengehaald, waarmee 34 projecten zijn gerealiseerd. Denk bijvoorbeeld aan het verbeteren van de internationale verbindingen. Het Rijk gaat bijdragen aan het grensoverschrijdend openbaar vervoer. Ook de aanleg van de Avantislijn wordt met een bijdrage van negen miljoen euro ondersteund. Voor een begin met de spoorverdubbeling en elektrificatie tussen Heerlen en Herzogenrath is 20 miljoen toegezegd.”
Riet de Wit: “De jeugd heeft de toekomst. Daarom is investeren in ‘urban culture’ ook zo belangrijk. Poppodium De Nieuwe Nor en evenementen zoals The Notorious IBE (het grootste internationale breakdance festival in Europa, red.) hebben de regio opnieuw tot leven gebracht. Wij ontwikkelen nu een eigen culturele identiteit waarop we trots kunnen zijn. De culturele geest is weer in de fles.”
L.M.: Een nieuwe naam nestelt zich niet zomaar in de hoofden van inwoners en ondernemers. Voelen zij zich al verbonden met Parkstad Limburg?
Toine Gresel: “De term Oostelijke Mijnstreek werd losgelaten, dat is een goede zaak, want we moeten vooral vooruitkijken. Een nieuwe naam was het symbool voor een nieuwe start om de economische omslag ‘van zwart naar groen’ daadkrachtig aan te kunnen pakken.”
Riet de Wit: “Wij zijn anders dan elke andere regio. Vooral in cultureel opzicht is Parkstad gevormd door haar verleden. Daarom was het behoud van de naam Oostelijke Mijnstreek een goede zaak geweest. Die naam vertelt immers een duidelijk, herkenbaar verhaal.”
Toine Gresel: “Het is inderdaad een lastige opgave om het merk ‘Parkstad’ te laden met herkenbare, actuele onderdelen. De vraag ‘Waar ligt dat Parkstad precies?’ moet overbodig worden. Roda JC speelt de thuiswedstrijden sinds 2000 in het Parkstad Limburg Stadion; dat is een bewuste keuze, die past binnen deze doelstelling. De meubelboulevard met als grote trekker meubelgigant IKEA en het Pinkpopterrein met skihal SnowWorld moeten we niet onderschatten. Daarnaast zetten we in op grote evenementen, zoals het NK wielrennen, Cultura Nova en het Wereld Muziek Concours in Kerkrade.”
L.M.: De regio vergrijst en de bevolkingsgroei komt daardoor tot stilstand. Krimp is tegenwoordig uitgeroepen tot economische kans? Hoe staan jullie hier tegenover?
Toine Gresel: “Ik onderstreep deze trend. Als de nood het hoogst is, kunnen immers de mooiste creatieve ideeën opbloeien.”
Hans Erfkemper: “Ik ben het daar niet mee eens. Krimp vormt vooral een bedreiging. We staren ons blind op de succesverhalen van steden als Lille en Glasgow, waar de krimp inderdaad heeft geleid tot een ‘sexy’, creatieve opleving. Steden als Verviers en Seraing tonen de keerzijde van de medaille. Daarvoor moeten we onze ogen niet sluiten. We moeten bovenal realistisch blijven.”
Riet de Wit: “Krimp is als een truitje dat te lang in de wasmachine heeft gezeten. Als het oude niet meer past, moet je op zoek naar iets nieuws. We moeten niet weglopen voor de feiten en ons voorbereiden op een daling van het aantal inwoners. Dat doen we. Daarbij stuit je op problemen en op kansen. Een kans is dat iedereen in hetzelfde schuitje zit. Je kan als onderwijs bijvoorbeeld treuren om de daling van het aantal leerlingen, maar je kan dit ook gebruiken als gezamenlijke uitdaging om de kwaliteit van het hele beroepsonderwijs in Parkstad te verbeteren. In het laatste geval kunnen er mooie nieuwe dingen ontstaan. De ontwikkeling van de Zorgacademie is daarbij zeer veelbelovend.”
Hans Erfkamper: “De zorg wordt inderdaad een belangrijke werkgever, maar niet iedereen kan en wil hier aan de slag. Investeringen in de hoogwaardige maakindustrie blijven dus nodig.”
Toerisme en nieuwe energie
L.M.: Wat zijn daarbij de sterke economische troeven die Parkstad Limburg kan uitspelen? En wat zijn de mogelijkheden voor ondernemers?
Hans Erfkamper: “De toeristische mogelijkheden in de groene omgeving bieden zeker kansen, maar we moeten vooral inzetten op bedrijvigheid die ze elders niet gemakkelijk kunnen kopiëren, zoals we nu zien bij Snowworld, skiën op een voormalige mijnafvalberg en de wereldtuinen van Mondo Verde. Gaia Park is al twee jaar uitgeroepen tot beste kleine dierentuin van de Benelux.”
Riet de Wit: “Het thema nieuwe energie is daar een voorbeeld van. Het kan veel werkgelegenheid in onze regio genereren. Solland Solar, een toonaangevend bedrijf dat zonnecellen produceert, is een belangrijke schakel voor aanverwante bedrijven op het terrein van nieuwe energie. Maar als we van zonne-energie een echte bedrijfstak willen maken, moeten we het breder opentrekken. Dat kan door onderzoek, productie en onderwijs beter op elkaar af te stemmen. Er zijn plannen om een onderzoeksinstituut op het gebied van zonnecellen op te richten.”
Toine Gresel: “De RWTH Aachen University is een van de belangrijkste Europese universiteiten op het gebied van nieuwe technologieën in Europa. Dat wordt wel eens vergeten. Maar liefst 262 instituten doen hier onderzoek naar nieuwe oplossingen en producten op het terrein van nieuwe energie, automotive, ICT, productietechnologie en nieuwe materialen. Hierbij wordt samengewerkt met ‘global players’ uit het bedrijfsleven, zoals het E.ON Energy Research Center. De spin-offs vinden op Avantis een aantrekkelijke vestigingslocatie.”
Riet de Wit: “Onze belangrijkste troeven zijn de uitstekende bereikbaarheid, de ligging aan de Duitse grens, tegen de stad Aken aan, en de vele goede kennis- en opleidingsinstituten aan Nederlandse en Duitse zijde. De samenwerking met de Duitse regio wordt steeds beter. Daar ligt een deel van onze economische toekomst. Parkstad is een regio waar flinke klappen zijn gevallen na de mijnsluiting. Dat heeft zijn tijd nodig, maar op dit moment zie je steeds meer nieuwe, spannende initiatieven. Zo is afgelopen week op Avantis de eerste schop de grond in gegaan voor een fantastisch project: de Wijk van Morgen waarin zo’n 60 onderwijsinstituten, woningcorporaties en bedrijven samenwerken om te experimenteren met duurzaam bouwen.”
Ellie Franssen-Muijtjens: “Het grensoverschrijdend bedrijventerrein Avantis biedt inderdaad kansen. Het Academisch Ziekenhuis Maastricht (azM) en het RWTH Universitätsklinikum Aachen (UKA) willen hier het eerste Europese vasculair centrum bouwen en dat later wellicht uitbouwen tot een academisch ziekenhuis en daar met nieuwe high-tech behandelingen een belangrijke speler worden. Bovendien moet Avantis gaan fungeren als productiecampus voor de bedrijven die op de overige campussen in Aken onderzoek doen. Toekomstige ondernemers kunnen zo van productiefaciliteiten in de directe omgeving profiteren.”
L.M.: Wat moet er als eerste gebeuren om de winstkansen in dit economische spel te vergroten?
Ellie Franssen-Muijtjens: “Wij zijn nog veel te bescheiden. We moeten ons veel beter verkopen. Regio Parkstad laat nog veel te weinig zien wat het in huis heeft. Daarnaast denkt de landelijke overheid nog te veel binnen de nationale grenzen. Veelbelovende grensoverschrijdende projecten moeten afrekenen met een negatief imago. ‘Investeringen lekken weg naar het buitenland,’ denken ze. Een gedachte die niet meer van deze tijd is.”
Toine Gresel: “Inderdaad. Weet de reus eigenlijk wel hoe sterk hij is?”
Parkstad Limburg: grijs werd groen
Streekgewest Oostelijke Mijnstreek had zwaar te lijden onder het grijze imago van haar naam. De burgemeesters Jef Pleumeekers (Heerlen) en Thijs Wöltgens (Kerkrade) en wethouder Jos Zuidgeest (Heerlen) zetten zich in voor intensievere samenwerking en profilering onder een nieuwe naam: Parkstad Limburg. Daarmee werd in 1999 het grijze imago groen.
De samenwerkende gemeenten zijn Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Brunssum, Voerendaal, Simpelveld en Onderbanken. Nuth stapte in 2003 uit het samenwerkingsverband. De gemeenten werkten in het streekgewest al samen in onder andere afvalverwerking, onder de noemer ‘Parkstad’ werd die samenwerking verhevigd. Zo kwam er een gezamenlijk onderzoek naar de groeikansen, gevolgd door een gezamenlijke structuurvisie. De samenwerking vindt vooral plaats op economisch, ruimtelijk, sociaal-cultureel en strategisch gebied. Momenteel wordt een binnenring aangelegd die de bereikbaarheid van de diverse kernen verbetert.
Op een oppervlakte van 150 km² telt Parkstad Limburg 240.000 inwoners, met daarbij veel allochtonen. Ze kwamen tussen 1900 en 1965 naar de regio voor de mijnbouw. Parkstad Limburg is daardoor een smeltkroes van culturen en stedelijke dynamiek. Groen is het gebied wel degelijk, in het glooiende landschap met uitlopers van de Eifel en de Ardennen.
De regio geldt als het snelst vergrijzende gebied van Nederland. Eén op de vier inwoners is 65+, in 2025 zal dat één op drie zijn. Tot 2025 zal de bevolking ook dalen met circa 30.000 inwoners. Behoorden de gemeenten van Parkstad Limburg in 1955 nog tot de plaatsen met de hoogste inkomens per bewoner, inmiddels staan ze onderaan deze lijst.
Paul Verstappen
(Foto’s: Rein Bollen)
Geen gerelateerde berichten.

0 Reacties
U kunt de eerste zijn die reageert.